Melk en honing.

Melk en honing.

Want zoals de Boeings in het WTC voor Bush en de zijnen perfecte valse voorwendselen vormden voor de oorlogen in Irak en Afghanistan, zo moet de afslachting van het Joodse volk voor zionisten flink hebben bijgedragen aan stichting en internationale erkenning van de zionistische staat Israël. Het is daarom onterecht dat er onder veel tegenstanders van de staat Israël een zekere judeofobie heerst. Die is ongegrond. Onvrede over de staat Israël zou zich enkel moeten uiten jegens zionisten. Vraag het rabbi Weiss, of één van de tienduizenden andere Joodsorthodoxe tegenstanders van dit soort van land. De zionistische agenda is een politieke. Geen historische. Geen religieuze. Een nietsontziende, politieke agenda.

27.08.2011 · Categorie: Mensen · 29 Reacties »
Manhattan aan de  Maas.

Manhattan aan de Maas.

Haar karakter is anders dan anders, maar levensecht. Haar mentaliteit is uitgesproken rauw. Ik vind haar prachtig. Op zonnige dagen ademt ze jazz. Gedurende de wintermaanden toont ze kalm. Ze oogt immer onverzettelijk. Mijn stad. Hier is nooit eens iets volledig af. Of compleet. Klaar, over. Zebrapaden, tramlijnen, verkeerslichten, rotondes, trottoirs, wederopbouw, hoogbouw, laagbouw, bruggenbouw, [...]

Joris.

Joris.

Joris niet. Ik hoorde de vrouw tegen Joris zeggen: “Nou, Joris. Zulke woorden wil ik niet uit jouw mond horen komen.” Alles wat ik kon denken was, dat de vrouw teveel lettergrepen gebruikte. Teveel woorden. Te netjes. Zo’n hele zin had in één handeling gepast. Een dropkick, bovenop Joris z’n neus. Als één van de twee volwassenen dat ook gedaan had, was ook gewoon nooit gebeurd wat ik u nu ga vertellen.

ABMN.

ABMN.

Want wie heeft ooit bedacht dat integratie maar van één kant komt? Ik niet. Ik weet niet waar het vandaan komt. Dat maakt voor nu ook niet zoveel uit. Wat veel interessanter is, is dat ik mijn Nederlandse kennis Bart bereid heb gevonden om mijn lezers eens kennis te laten maken met de pracht en praal van het Marokkaans/Nederlands. Hij doet dit niet alleen. De basiselementen van deze steeds verder oprukkende taal, zijn allemaal ingesproken door een Marokkaanse buurjongen van mij. Hij wenst verder anoniem te blijven.

Helemaal hic.

Helemaal hic.

Ook plaatsnamen zullen veranderen. Zo pakken we in de toekomst de trein naar Tamamsterdam Centraal Statiön en zullen er Marokkanen zijn die opeens op vakantie naar Ekmeknes gaan. Complete landen zullen anders heten. Zo schijnt het land tussen Ecuador en Venezuela in Turkse kringen inmiddels al Olumbia te heten.

Tot ik daar ben.

Tot ik daar ben.

Ik lees weinig boeken, maar boek progressie. Jij inspireert en motiveert mij, vandaar deze tekst. Ik heb ‘m geschreven, vanuit het hart. Want ik lieg niet als ik zeg, dat jij als één van mijn meest trouwe lezers of zelfbenoemde fan daar zit. Door jou loop ik soms met mijn hoofd in de wolken. Door jullie blijf ik met mijn beide benen op de grond staan. In m’n Vans, want naast zulke schoenen lopen zou zonde zijn.

Part Two.

Part Two.

Ze kijkt sip, dat meisje. Even aarzel ik. Het liefst tik ik haar aan, om te vragen wat ze hier doet. Maar ik weet zeker dat ik dat dan veel botter zeg, dan ik het bedoel. Ik ben niet zo sterk met openingszinnen. Ik bak er eigenlijk helemaal niks van, ik ben eigenlijk heel verlegen. Rachid en Brum durven het altijd wel. Zij breken het ijs meestal, maar ja. Zij zijn er niet. Misschien is het maar beter ook. Ik val altijd op types die net uit een relatie zijn of anderszins veel mee hebben gemaakt.

Bombarie.

Bombarie.

Ik hoorde het ook, in gedachten. Een bulderende Arie, tegen de immer correcte en intellectuele Knevel: “Wie gaat mij vervangen dan? Tijs van den Brink? Wahahaha, nee, dat gaat de kijkcijfers helpen. Laat me toch niet lachen joh, pedante eikel. Ik ga zo de tunnel in, dus ik hoor je niet meer. En als je me zo terug wil bellen, dat kan niet. Ik ga een nieuwe tattoo laten zetten. Jouw kop, op m’n linkerbil. Daarna slaap ik m’n roes uit, tussen Katinka en Stacey in. Later, Andries! Massol!”

Adoptiebroeder.

Adoptiebroeder.

Lachend had hij dan ook de moskee verlaten, die dag. Stralend ging hij de straat op. Hij voelde zich welkom. Thuis. Op een plaats waar zo’n beetje niemand dezelfde afkomst had als hij. In een gebouw waar veelal werd gesproken in een taal waar hij niet veel van begreep.