De gepensioneerde brandweerman.

dinsdag, januari 17th, 2012. Categorie: LevenDesert-by-Night-300x150

Als Cold Water van Damien Rice, The Great Escape van Patrick Watson, Calling All Angels van Lenny Kravitz, Sight For Sore Eyes, Tom Traubert’s Blues en Take It With Me van Tom Waits. Precies zo.

Zo voel ik me soms. Zomaar opeens.

Plotseling ben ik weemoedig, moedeloos. Meer dan melancholisch, tussen intens verdrietig en suïcidaal in. Ergens in het midden van die twee stadia, maar vaak dichter bij laatstgenoemd punt. Ik weet zelf ook niet hoe dat komt. Mijn gevoel schiet vaak met de snelheid van het licht naar beneden, het duister in. En het lichtknopje gaat dan voorlopig niet meer aan, hoe zeer ik het ook probeer. Depressiviteit.

Niemand snapt het, niemand kan me helpen. Op zulke momenten is er niemand op deze wereld die me uit de put kan praten. Voornamelijk komt dat omdat niemand weet dat ik in de put zit, als ik erin zit. De figuurlijke put is in letterlijke zin namelijk meestal een volledig donkere kamer met een telefoon die op stil staat en twee speakers waar muziek als in de eerste alinea uit klinkt. Ik denk na over hoe hard mensen tegen elkaar zijn, het onrecht in de wereld. Honger, oorlog, verdriet en pijn. Ik zou moeten stoppen met televisiekijken, het zou me goed doen. Ik kan eigenlijk helemaal niet tegen de donkere kanten van deze wereld.

Op zulke momenten hoop ik serieus dat het allemaal snel voorbij is. Lieve woorden helpen dan niet, opbeurende verhalen mag iedereen lekker bij zich houden en er moet al helemaal niemand komen met de onzin dat hij of zij begrijpt wat ik doormaak. Dat begrijp ik namelijk zelf niet eens, ik weet alleen dat het ontzettend zwaar en vermoeiend is wanneer het zo is.

Ik wil met school stoppen en ontslag nemen. Ik ben op beide plekken doodongelukkig. Doodongelukkig. Doodongelukkig. Dood-on-ge-luk-kig. Dat is geen aanstellerij, het is voor mij de waarheid. De twinkeling verdwijnt uit m’n ogen op het moment dat ik de hogeschool of de werkvloer betreed. Ik voel me er ontheemd en ondergewaardeerd. Ik kan er m’n ei niet kwijt en kan ook niets betekenen voor een ander. Ik werk voor geld en studeer omdat ze dat thuis van me vragen. Terwijl ik wéét dat ik geld kan verdienen met wat ik echt wil, als ik de tijd en ruimte zou krijgen om ervoor te gaan. Wat ik tot nu toe heb bereikt, is namelijk nog maar op halve kracht gegaan. Tussen de verplichtingen door. Ik moet onderhand namelijk wel blijven studeren en werken, met de studieschuld die ik inmiddels opgebouwd heb. Nu is het te laat. Nu moet ik door. Alles tegelijk doen. En hoe hard ik ook schreeuw dat ik kapot ben, niemand snapt me. Alles en iedereen blijft vragen, verwachten. De wereld blijft tollen. Ik word geleefd, ik ben het beu. Was ik maar niet zo’n geval apart. Gewoon, een grijze muis. Gewoon, normaal. Wat ik schijn te kunnen is een zegen, maar tegelijkertijd een vloek. Laat ik daar dan ook maar mee stoppen. Taalspelletjes. Zichtbare uitkomsten van een brein dat nooit stil staat. Nooit.

Ik wil m’n site op zwart zetten. Ik wil m’n schoenendozen vol volgeschreven servetjes en ander papier weggooien. Ik wil niets doen en niemand zien. Ik zit vol met spijt, schaamte en verdriet om het verleden. Rationeel besef ik dondersgoed dat ik daar niks meer aan kan doen, maar ratio heeft niet zo heel veel te vertellen wanneer je gevoel het de strot dichtknijpt. Zeg maar.

Ik ben toe aan een dikke fles Jack, maar ik begin er niet aan. Ik zou me meteen kapot zuipen, dat zit bij ons in de familie. Dat is voor later, als ik onder de Willemsbrug slaap. Want het wordt helemaal niks met mij. Mensen die het in me zien zitten, zijn lief. Maar ook gewoon gek. Wat mij lukt, lukt me namelijk bij toeval en met een flinke dosis geluk. Sceptici en critici, die hebben gelijk. Ik ben een niksnut. Mensen die me een aanstormend talent noemen verwachten een hele orkaan, ik voel niet eens een briesje. Ook niet als ik heel erg m’n best doe. Waarom? Wie het weet, mag het zeggen.

Vingers?

Ik weet het in ieder geval niet. Wel geef ik meer dan eens goed uit te leggen, gangbare en maatschappelijk geaccepteerde redenen voor de voor buitenaf zichtbare verschijnselen van mijn depressiviteit.

Ik zit gewoon niet zo lekker in m’n vel of ik ben een beetje overwerkt. Ik heb een beetje een overload aan prikkels binnen, waarvan ik misschien meer dan de helft zelf op heb gezocht. Mijn leven is een film soms, een ritje in de achtbaan. Van verplichting naar deadline, van optreden naar schrijfsel. Van geweldig compliment naar doodsbedreiging. Ik ben misschien een beetje total loss, maar dan echt. Ik moet misschien even op vakantie, maar ik kan niet op vakantie. Ik heb boetes te betalen, facturen te voldoen. Ik heb vaste lasten. Hoofdpijn, maar komt goed. Ik heb meer last van mentale dan financiële moeilijkheden.

Mijn haast onvrijwillig aandoende wandeltocht door de donkerste krochten van mijn brein kent geen uitkomst. Geen winst en geen oplossing. Positieve aandacht, een fijne herinnering of goed nieuws: ik ben er immuun voor. Allergisch, bijna. Zoals ik allergisch ben voor m’n eigen stem op band of m’n eigen hoofd op video. Ik ben moe van mij en van alles om me heen. Uitgeblust, als een gepensioneerde brandweerman. Noem het ziek, noem het vrouwelijk. Mij boeit het niet wat een ander erover roept. Ik vermoed in ieder geval dat ik niet de enige ben. Daarom en alleen daarom schrijf ik dit stuk. Niet om zielig te doen, niet om aandacht te trekken, niet om complimentjes uit te lokken, maar om te delen. Het moet eruit en waarom zou ik het resultaat voor mezelf houden? Ik sluit heus wel weer positief af, wacht maar.

Pas op het moment dat ik de afscheidsbrief van Kurt Cobain lees of een laatste interview met Anthonie Kamerling bekijk en hun woorden met de impact van munitie bij me binnenkomen, word ik wakker. Pas als ik woord voor woord voel wat mensen die daadwerkelijk zelfmoord hebben gepleegd bedoelen, realiseer ik me dat ik ver aan het afdrijven ben. Te ver. Dan lijkt het of ik terug op aarde kom.

Dan denk ik aan mijn ouders, zusjes en de groep betrouwbare en positieve vrienden om me heen. Aan m’n bescheiden clubje fans die me de mooiste complimenten geven en achter me staan. Aan mensen die me mooie kansen gunnen. Ik geniet van wat ik mag doen met het talent dat ik gekregen heb. Ik haal immense voldoening uit de vooruitgang, ik ben er dankbaar voor. Maar soms, soms word ik overvallen door een gitzwarte sluier van neerslachtigheid. Ik licht een tipje van die sluier op, dacht ik.

Nu het weer eens zo ver is.

  • Twitter
  • Facebook
  • Tumblr
  • MySpace
  • E-Mail

12 Reacties

Plaats uw reactie