Liefde voor het geschreven woord.

zaterdag, januari 14th, 2012. Categorie: Gastschrijver(in)Schermafbeelding-2012-01-14-om-15.20.10-300x150

Het is eind herfst, begin winter. IJzig koud. De ontluikende natuur met haar herfstkleuren sterft een stille dood. Donkere wolken hangen bovenin de stadslucht. De straten en huizen van Rotterdam zijn grauw en grijs. Met mijn tas -vol zelf uitgekozen literatuur- aan mijn zij loop ik ergens naar toe, maar ik weet nog niet wat mijn bestemming zal zijn. Ik  passeer tramhaltes, supermarkten, tankstations en hoge gebouwen. Mensen lopen langs mij heen en verderop raast het verkeer. Het leven stroomt en danst. Het is een doordeweekse dag. Op het programma staat een suf college en werken tot de  straatverlichting aangaat. Maar vandaag heb ik mezelf losgekoppeld van de stroom van het wereldgebeuren.

Ik laat de tijd los en laat mijn gedachten de vrije loop. Ik denk aan dingen die mij intrigeren en aan mijn diepste zielenroerselen. Opeens valt er een druppel regen neer op het puntje van mijn neus. Ik kijk omhoog, en zie dat de hemel openbreekt. Het begint te gieten en voor ik het doorheb is mijn gezicht doorweekt. Geplaagd door de regen loop ik straten in en uit, en stop voor een oud klassiek gebouw. Ik lees ‘Antiquariaat’ op het bordje naast de deur. Met mijn koude natte handen duw ik de brede tijdloze deur open en loop naar binnen. De grote brede trappen op, de donkere spookachtige vertrekken en gangen door, tot ik een verlichte ruimte nader. Mijn nieuwsgierigheid wint het van mijn scepsis. Ik werp een blik naar binnen, waar mijn aandacht meteen wordt getrokken door de rijkdom aan boeken. Ik stap naar binnen en wordt overweldigd door een warmte die mijn ziel binnenkomt. De ruimte is mooi verlicht, niet te licht, niet te donker. Ik kijk om mij heen en al gauw heb ik door dat ik de enige bezoeker ben. Naast de balie zie ik een oude meneer – van zijn boek, over zijn kleine brilletje- naar mij opkijken. De oude meneer glimlacht en begroet me. “Goedemiddag,” zeg ik opgewekt terug.

De boeken staan netjes naast elkaar op boekenplanken van donker oud hout. Ik streel met mijn hand over een boekenplank en de ruggen van de boeken, waarvan sommige recht zijn en andere gebroken. Ik lees de titels en snuif de geur van de tweedehands boeken op. Wat een heerlijk gevoel om hier als enige bezoeker te zijn. Het lijkt net alsof alle boeken speciaal voor mij geschreven zijn. Ik begin in de boeken te snuffelen. Nederlandse boeken, Engels, Oosterse literatuur, theologie, filosofie, kunst, ethiek, strandpockets. Boeken met vlekken, lelijke aantekeningen, scheuren, rimpels en een paar van onduidelijke signatuur. Gedichten van Rimbaud. Klassiekers van Dostojevski. Wat een juweeltjes. Boeken met tekeningen van Monet, Michelangelo, Kadinsky. Schattige ouderwetse kunstboekjes, om te bezitten, lief te hebben. Meesterwerken uit de wereldliteratuur. Boeken met illustraties om bij weg te dromen. Verboden boeken. Opgestapelde oud gebonden boeken. De collectie van Mulisch en de kleurenleer van Goethe. Ik keek mijn ogen uit. Wat een rijkdom aan kennis en informatie.

De oude meneer komt met een kop dampende koffie in zijn hand naast mij staan. “Zoek je iets specifieks?”  Ik kijk de meneer aan. Wat moet ik zeggen, dat het weer mij hierheen heeft gelokt? Dat ik nergens naar op zoek ben? Dat mijn tas vol zit met boeken, dat ik thuis een eigen bibliotheek heb? Ik pak een boek met ezelsoren van de boekenplank en strijk de ezelsoren glad. “Ik was onderweg, maar wist mijn bestemming niet”, bracht ik uit. “Dan is dit jouw bestemming” zegt de oude meneer, en hij loopt weg. Ik loop hem achterna; “Waarom denkt u dat?”.  Hij antwoordt niet. “Heb je zin in een kopje thee?”. “Graag”, zeg ik. De oude meneer wijst mij een mooie bruine fauteuil aan, met fluweel beklede leuningen. Ik ga zitten en ga met mijn hand over de leuningen. Lekker zacht. Er wordt wierook gebrand -rustgevende lavendel – en hij steekt twee dikke kaarsen op. Ik staar naar de vlammen, wat een sfeervol licht. De regen zwiept hard tegen het raam. Het is behaaglijk binnen, beter dan buiten.

Meneer komt met een zilveren Marokkaans theeblad aanzetten en neemt plaats op de even mooie stoel tegenover mij. Terwijl meneer de thee inschenkt, kijk ik hem even snel aan. Een beetje observerend. Het is een oude man, van ongeveer tussen de 65 en 70jaar, met donkerbruine kijkers, die een grote innerlijke rust uitstralen. Hij heeft een vriendelijke open blik en een lichtgetinte huid met een paar diepe rimpels. Ik denk aan een bibliofiel, een literaat. Ik kijk weer om mij heen. Op de grond ligt een Oosters tapijt met duizend-en-één-verhalen. Aan de muur hangen een paar schilderijen. Enkele treffen me. Ze beelden woestijnen, savanne een prairies uit. Een van de schilderijen herken ik, met de Grand Canyon afbeelding. De stille schoonheid.

“Er hangt hier een fijne sfeer”, zeg ik. “Het is hier stil”, antwoordt de oude man. “En die stilte bedroeft me. Mensen komen hier nauwelijks meer naar binnen, het wordt gezien als een donker hol volgestampt met vochtig papier, een muffige ruimte waar men spontaan van moet niezen of snotteren. Ik heb hier mensen over de vloer gehad die hun handen in hun zakken hielden omdat ze vies zijn van een beetje stof”. Ik kijk naar de boeken en nip van mijn thee. “Boeken omringen ons overal”, merk ik op. De man staat op, loopt naar de boekenplank, neemt een boek ter hand, bladert er doorheen en zet het terug. “Een boek is een waardevol kunstwerk. Daar moet men zuinig op zijn.”

Na een korte overpeinzing voegt hij daaraan toe: Je kan het vergelijken met vrienden, je kan ermee praten, er je diepste geheimen mee delen, overal en waar je maar wilt”. Ik moest opeens denken aan dat verhaal dat ik nog steeds wil schrijven. Het is steeds alles of niets. Als ik mijn pen in mijn hand heb zijn de woorden weg, verdwenen. Wanneer ik erover nadenk is het verhaal compleet. Het is één grote ongeordende massa waarbij het onmogelijk lijkt er een klein brokje in verhaalvorm van af te breken. Mocht ik het verhaal ooit afhebben, dan wil ik dat het boek alleen in handen valt van mensen zoals deze lieve oude meneer.

De oude meneer legt twee boeken op tafel. Ik lees de titels: “De aanslag” en “De ontdekking van de hemel”. Allebei van Mulisch.“Prachtige boeken, deze krijg je van mij” zegt de oude meneer. “Moderne Nederlandse literatuur”, zeg ik. “Je zult het waarderen” antwoordt hij. Een golf overweldigende dankbaarheid rijst in mij op. Alsof deze meneer al van tevoren wist van mijn liefde voor het geschreven woord. Ik doe de boeken in mijn tas en haal mijn boekenlegger tussen één van mijn boeken vandaan. Mijn vertrouwde boekenlegger, vervaardigd met edelsteen en een mooi kwastje aan een verzilverde hanger. Ik neem er afscheid van en geef het aan de meneer. “Alstublieft. Voor u, uit dankbaarheid en voor de oprechte klantvriendelijkheid”. Met een blij en dankbaar hart groet ik de oude meneer en hij wenst dat ik de weg naar zijn antiquariaat vaker zal bewandelen.

Ik sta weer buiten. Geen warmte meer, geen regen, alleen de wind die raast. Ik kijk omhoog naar het raam met verlichting, denk aan de oude meneer, en richt mijn blik weer op straat. In stille eenzaamheid loop ik richting huis. Binnen zoek ik de knusse huiselijkheid van kaarsen, thee en vooral de twee nieuwe boeken die ik van de oude meneer heb gekregen. Ik blader er doorheen en een grote emotie maakt zich van mij meester. Ik ben vervuld, ik voel me rijk.

Boeken zijn in staat een ziel te raken, onpeilbaar diep. Het geschreven woord heeft de kracht een gedachte dichtbij te brengen, te inspireren, te voeden, te verdiepen, nieuwe dingen te laten ervaren, te verlichten en antwoord te geven op lang gekoesterde en nog onbeantwoord gebleven vragen. Een verbinding tussen stof en geest. Voor ieder denkend mens. De bladzijden nodigen je uit. Het geschreven woord helpt je op weg. Altijd.

Ik sluit het boek. Voor even.

Fatima Acharki (Rotterdam, 1988) een ijverige autodidacte Marokkaanse moslima, geboren en getogen in de mooiste stad van Nederland. Een enthousiaste, dromerige, hoofddoek dragende dame die dol is op zoektochten naar kennis en naar hoe het geestesleven zich uit in creatieve uitspattingen. Fatima heeft een hart voor poëzie, literatuur, religie en natuur. Dit uit zich ook in haar dagelijkse leven. Ze schrijft zelf ook gedichten en heeft deze een paar keer voorgedragen tijdens culturele activiteiten. Ze krijgt kromme tenen van vuil sprekende mensen en onrechtvaardigheid. Haar credo is dan ook: ‘Liefde is altijd beschikbaar’. Rotterdam, letters en liefde: ze MOEST wel op m’n site verschijnen!

  • Twitter
  • Facebook
  • Tumblr
  • MySpace
  • E-Mail

10 Reacties

Plaats uw reactie

Heeft u dit al gelezen?

Zwart als roet.Het hart danst.Part Two.Acteren voor het leven. And tomorrow. / Maar morgen. Aan wie? Van mij.Kleine. 99.Tot Brussel en verder. Brok in Brussel. Iemand, niemand, lot.Verre van een held. Linkerbaan.Paginagroots.Gunnen is gewoon uit de mode.Samen.Voordat ik een oliebol eet.Afscheid nemen. Halalman.Zondag.