Linkerbaan.

woensdag, februari 1st, 2012. Categorie: Leven RijmelarijSchermafbeelding-2012-02-01-om-01.25.59-300x150

Was ik te hard of achtte je mij te achteloos? Was ik te zacht, was ik te broos? Deed ik te boos of juist te lief, moest ik een dief zijn en alles van je pikken al kon ik stikken in m’n gebroken rikketik omdat de shit die je me flikte nu eenmaal bij m’n leven hoorde? Zoals angst en kou bij beven horen? Over beven gesproken, je hebt m’n leven gebroken omdat de schade die je aanrichtte mijn schaal van Richter te vaak te boven is gegaan. Ik zet liefde bovenaan, maar tussen dat en haat zit een dun draadje van zijde. Wellicht ervaarden we dat beiden maar ik kan alleen verklaren over wat ik zelf heb ervaren in de hoop mijn pijn te laten varen en mijn hart te doen bedaren. Want ik respecteer je, zoals ik dat altijd heb gedaan. Wat je mij hebt aangedaan heb ik altijd laten gaan maar nu ik op de linkerbaan rijd, glijdt alles in m’n hoofd voorbij.

Jij en ik zijn nooit wij geweest, wij samen. Jij keek naar binnen door de ramen van mijn leven, dat stond als een huis waar ik per abuis zelfstandig en vanzelf handig elke steen voor zocht op het rechte pad met flauwe bochten. Tijdens de zoektochten in de diepste krochten van mijn brein was jij geen fakkeldrager vóór me, maar de vertragende factor waardóór m’n verdriet diepe wonden in m’n ziel sloeg en ik me soms debiel gedroeg in een kroeg of alleen in m’n studentenkamer waar de man met de hamer -toevallig of niet- ook assie of wiet bij zich bleek te hebben. Zijn tip aan mij was lange flu en tfoe. Ik blowde zo veel, als ik nieste zei ik “Hasjoe”. Hij lachte me toe met sterke drank en zei me: “Tast toe.” En ik gaf toe.

Omdat wanneer je niet praat, je wordt wat je haat omdat weggestopte en opgekropte pijn je hele ‘zijn’ vergiftigt, hoe begenadigd of begiftigd je ook bent. Jouw verslaving werd de mijne, jij deed niets aan de jouwe. Ik was te jong om jou te sjouwen en rouwen om de situatie heb ik van jou (en dus mezelf) nooit gemogen. Ik moest de tranen drogen van de mensen die je kwetste als je weer eens had gelogen. In jouw afwezigheid was mijn enige bezigheid het vormen van een geraamte, een ruggengraat vol schaamte voor een huishouden waar verdriet en pijn nu pas langzaam aan het verdwijnen zijn. Drank is de kanker voor gezonde relaties, de vloeibare voeding voor ongezonde situaties en de veroorzaker van leegte als een ontelbaar aantal spaties.

Ik had vragen, ik heb ze nog. Je had je redenen, maar toch. Dan nog. Ik ben vaak eigenaardig, onrechtvaardig en zelfs kwaadaardig door jou behandeld. Je bracht me tot het punt van koken, ik heb er nooit over gesproken want elke daad van slecht praten over jou voelde als verraad en laat me raden, jij voelt je nu verraden maar serieus: zo bedoel ik het niet. Mensen praten over haat, maar zo voel ik het niet.

Jij bleef niet plakken, vandaar dat onze band lek ging en ik gek ging doen. Nu pas zie ik dat ik erdoor groeide als gewassen en daarom vroeg volwassen was. Nu pas zie ik dat alle pijn en verdriet maakten dat ik niet verzaakte en haast militair gefocust op m’n doelen raakte. Ik heb je altijd gehad, maar nooit gekend. Ik heb alles gezien, ben niets gewend maar ben inmiddels wel een jonge vent waar je trots op bent. Het leed is geleden en de schade klinkt de rest van m’n leven na. Maar ik hou van jou, dus het is je vergeven,

Pa.

Op geen enkele manier is bovenstaand stuk een aanval op mijn vader. Voor zo ver de laatste alinea dat nog niet duidelijk heeft gemaakt, is ‘m alles vergeven. Maar vergeten, dat lukt niet. Bovenstaand stuk komt rechtstreeks uit mijn ziel, over het grootste verdriet dat ik jarenlang met me heb meegedragen en waar eigenlijk niemand het fijne van weet. Vanuit respect voor mijn pa. Echter, ik moest dit delen. Vooral omdat alle gevoelens ontzettend knagen, dagelijks. Dingen wegstoppen of verbloemen alsof ze nooit plaats hebben gevonden, kan nooit de bedoeling zijn. Ik wilde het ook delen, omdat ik haast zeker weet dat ik niet de enige ben die diepe ellende mee heeft gemaakt en het begrip van de buitenwereld mist. Ik hoop dat het stuk lotgenoten aanspoort tot praten over hun ellende, want dat kan een boel ellende schelen. Ik hoop dat de ellende bij ons thuis op deze manier tenminste nog een ander kan helpen. Dan is alles niet voor niets geweest. Vandaar dat ik ook mijn ‘oplossing’ voor mijn pijn en verdriet heb meegenomen in bovenstaand stuk. Niet om stoer te doen, niet omdat ik geen schaamte ken, maar gewoon. Om te laten zien dat het eigenlijk intens zielig gedrag geweest is, een mislukte of slechts zeer tijdelijke oplossing voor de problemen die ik had. Oorzaken klaren echter enkel en alleen op, door dingen een plek te geven. Door praten, accepteren, relativeren en vergeven. En in mijn geval door schrijven en delen. Niet voor aandacht, niet voor medelijden. Zulke intenties zijn mij vreemd. En voor wie in een soortgelijke situatie zit of heeft gezeten: schaam je niet voor dingen waar je niets aan kunt doen, voel je niet schuldig. Niemand is alleen en na elke donkere nacht volgt een nieuwe dag, echt waar. Onthoud dat. Het leven draait uiteindelijk om geloof, hoop en liefde. Lotgenoten begrijpen mij.

  • Twitter
  • Facebook
  • Tumblr
  • MySpace
  • E-Mail

12 Reacties

Plaats uw reactie

Heeft u dit al gelezen?

Kleine. Sarah.Acteren voor het leven. 99.Iemand, niemand, lot.Broeder/zuster liefde, eerlijk.Aan wie? Van mij.Nog meer collegegeld. Tot Brussel en verder. Brok in Brussel. Hoofdpersoonlijk.Verre van een held. Liefde voor het geschreven woord.Paginagroots.Gunnen is gewoon uit de mode.Samen.Voordat ik een oliebol eet.Mijn boodschap aan haat.Zoals vroeger.Vroeger is dood.